Thuis…

Biertjes, barbecue, familie, de nichtjes, pindakaas, bruin brood. Champagne, confetti, koffie, drop, tranen. Polder, weiland, fietspad. Krant, acht uur journaal, file-rijden. C1000, Aldi, weekboodschappen, aardappels, witlof, oude kaas. De was, bankhangen, zappen. Vrienden, de kroeg, Lowlands. Kater. Eettafel, koffie, vaatwasser. Douche, bed, Kerkpad, buren. Rinus, Muis, Morrie. Stortregens, fietsen, paraplu. Winkelen. Grote Markt. Meer biertjes, whisky. Oude bekenden, mooie verhalen.

                                                                                                                                                                                                             We zijn weer thuis!

Klik op onderstaande link voor een filmpje van onze thuiskomst.

http://www.youtube.com/v/iWV8uIXGicA

----------

Het eind is in zicht!!!

Maar doneren kan nog

We zijn er bijna…. Maar nog niet helemaal. Nog 1420 kilometer, zegt onze gps. Hemelsbreed. En dan zijn we thuis. Fijn? Jazeker, we hebben enorm veel zin om iedereen weer te zien, bij te kletsen, biertjes te drinken en weer eens op onze eigen bank te zitten. Jammer? Echt wel, we zullen het reizen missen, het wonen in de wagen, de vrijheid, het vakantiegevoel, de geweldige mensen die we hebben ontmoet. Ons wacht na Macedonië, Albanië en Montenegro nog een paar dagen Kroatië. Nog even uitwaaien aan zee, daarna gaat het over de Autobahn weer naar huis. We verwachten 10 augustus het Kerkpad weer in te draaien. Daarna hebben we nog even tijd om af te kicken voor we weer in het gareel moeten. Ook voor onze Drive4Care-actie komt het einde in zicht. Met bijna 6000 euro op de teller hebben we een fantastisch bedrag binnengehaald voor de Stichting Medische Kampen India. Iedereen die een bijdrage heeft geleverd, heel erg bedankt. Iedereen die dat nog niet heeft gedaan: HET IS NOG NIET TE LAAT!!! Stuur een SMS-je of maak wat geld over, alle informatie is op deze site te vinden. En het komt echt goed terecht, we hebben het met eigen ogen gezien.

TOT SNEL!!!!

----------

Feesten in een vulkaan

Verjaarspartijtje met de Zweden

Je verjaardag, die wil je een beetje feestelijk doorbrengen. Vooral als je op reis bent. Voor Sjef zijn 38ste verjaardag zochten we, zonder overdrijven, een van de mooiste plekken ter wereld op. In de krater van vulkaan Nemrut, aan de oever van een kratermeer met warmwaterbronnen werd Sjef een jaartje ouder. Het was zijn grote wens om juist daar te verjaren. Niet alleen omdat feesten ín een vulkaan zo’n beetje de droom van iedere geograaf is, maar vooral omdat Sjef 19 jaar geleden ook al eens in Nemrut was, samen met zijn beste vriend Eddy. Dit keer waren we in ander, maar ook zeer goed gezelschap. In Dogubayazit (net over de Iraanse grens) kwamen we, stomtoevallig, een Zweeds gezin tegen dat we in Yazd (Iran) al eerder hadden ontmoet. Met hun twee kindjes zijn ze onderweg naar Afrika, samen met een ander Zweeds gezin (zie www.adventurefamily.se). De anderen waren al doorgereisd, Milan en Pia wachtten in Dogubayazit op een onderdeel voor hun Landrover. Nog voor wij op de camping uit de auto waren gestapt had Milan al een straffe borrel voor ons gemixt om te vieren dat we alcoholvrij Iran hadden verlaten. Wij werden heel snel vrienden Na nog meer feestelijke avonden met barbecues en Efes besloten we samen verder te reizen. We kampeerden wild op een geweldige plek aan het Van-meer, picknickten bij de watervallen van Muradiye en trokken samen naar de vulkaan. Om in krater te komen maakten we heel wat spannende momenten door, want het beklimmen van de steile kraterwand was eigenlijk iets teveel gevraagd van onze auto. Gelukkig bleek de vierwielaandrijving net sterk genoeg om ons naar de top te slepen. Waar we ademloos van het uitzicht genoten. Aan de ene kant keken we uit op het Van-meer, waar we afgelopen winter met de boot overheen waren gegaan. Aan de andere kant zagen we de kratermeren in de vulkaan. Niet moeilijk te begrijpen waarom Sjef zo graag terug wilde naar deze plek. Van bovenaf gezien leek nogal simpel om bij het meer te komen. Bij de splitsing linksaf, had Milan van zijn Zweedse reisgenoot Richard gehoord. Daar kon je goed kamperen. Alleen hield niet lang na die splitsing de weg op. En ging het pad dat het meest logisch leek langzaam over in een  zanderig spoor, steil naar beneden. Toen wij tot de conclusie kwamen dat we echt niet meer verder konden, was het eigenlijk al te laat. We stonden onder aan een helling die de meest doorgewinterde off-roadrijder nog de rillingen zou bezorgen. Maar we moesten terug. Keren ging nog. Langzaam kroop onze wagen daarna naar boven. De Zweden, die zo wijs waren om bovenaan te stoppen, keken met zweet in hun handen toe hoe wij de helling namen. Een grote stofwolk, een hoop gehobbel. Maar hij haalde het wel. Zo trots waren we nog nooit op onze Landrover geweest. Eenmaal terug bij de splitsing bleek rechtsaf de meest eenvoudige weg. Over een verhard pad kwamen we zonder problemen bij de kampeerplaats. “Nu ik erover nadenk, misschien had Richard inderdaad wel rechts gezegd”, was het droge commentaar van Milan. “Maar we hebben wel een mooi stukje off-road gereden”, voegde hij daar met een grote grijns aan toe. Sjef zijn verjaardag werd een geweldige avond, met veel bier, wodka, een goed glas whisky en een barbecue. De volgende dag namen we om de kater te verdrijven een verfrissende duik in het ‘warme’ kratermeer (zo’n 18 graden Celsius) en vierden we de laatste avond in de krater met een enorm kampvuur. Met de Zweden trokken we nog verder naar het dorp Hasankeyf, dat over negen jaar door de komst van een stuwdam zal verdwijnen in het water van de Tigris. Na twee weken samen reizen namen we afscheid bij de andere Turkse berg Nemrut. Bijna hadden ze ons zover om met ze door te reizen. Naar Syrië, Jordanië, Egypte, Zuid-Afrika. Maar we blijven toch maar westwaarts gaan. Terug naar huis.

----------

Oranje wolk op de Iraanse grens

Hollandkaravaan op weg naar Beijing

Vier Nederlanders waren we tegengekomen tussen Breda en India en weer terug. We keken samen naar de ondergang van het Nederlands elftal, mijmerden over stamppot en een goede kop koffie. Meer dan die vier waren het er niet. Tot we bij het naderen van de Iraans-Turkse grens in de verte een oranje wolk zagen verschijnen. Het bleek een complete oranje-karavaan te zijn, zo’n veertig man sterk, op weg naar Beijing voor de Olympiche Spelen. In hoog tempo reizen ze van Amsterdam naar China, natuurlijk voor de Spelen, maar ook om geld in te zamelen voor een goed doel: Right to play. De oranjefans zijn ook te volgen via internet: www.amsterdambeijing.com. En om nog maar eens aan te tonen dat de wereld echt klein is: op die grens tussen Iran en Turkije, in die oranjekaravaan, kwam Sjef de schoonzoon tegen van een collega. De 45ste Nederlander die we tegenkwamen op onze trip.

----------

Zon, zee en vrouwenstrand

Hoofddoekloos zwemmen in de Caspische zee

Natuurlijk kunnen vrouwen in Iran ook zwemmen. Natuurlijk mogen ze de zee in. Het is alleen een tikje ingewikkeld. Aan de Caspische zee-kust, waar wij een paar dagen kamperen, is er werkelijk alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat geen mens (nou ja, geen man) ook maar een glimp opvangt van een zwemmende vrouw. Er zijn vrouwen die wel in het openbaar de zee inspringen, maar die zijn dan wel van top tot teen gekleed, inclusief hoofddoek. Niet comfortabel en ook nog illegaal. Als de politie de overtreedsters betrapt, worden ze onmiddellijk het water uitgestuurd. Want zwemmende vrouwen brengen natuurlijk menig mannenhoofd op hol, en daar zijn ze in Iran niet van gediend. Om het de zwemliefhebsters naar hun zin te maken, heeft de Iraanse overheid een geweldige uitvinding gedaan: het vrouwenstrand. Hermetisch afgesloten, mannen en camera’s verboden. Achter de hekken van dit vrouwendomein gaan de chadors af, verdwijnen de hoofddoeken en verschijnen badpakken en bikini’s. Om er zeker van te zijn dat de vrouwen in totale afzondering van het water en de zon kunnen genieten, is er niet alleen een scherm op het strand, maar ook zo’n twintig meter de zee in. Natuurlijk waagde ik ook een ‘duik’ (veel meer dan hoofddoekloos pootjebaden was het niet) in dit vrouwenwater, en even leek het net een gewoon Noordzeestrand (maar dan zonder manvolk). Kinderen spelen in het zand, vrouwen zitten in de zon, kletsen met elkaar. Maar schijn bedriegt. Als je de poort uitgaat, wemelt het daarbuiten weer van de hoofddoeken en chadors. En zwemmende mannen, want die mogen overal waar ze maar willen (behalve op het vrouwenstrand), in onderbroek, het water in. Vrouwen laten zich kennelijk niet zo makkelijk het hoofd op hol brengen.

----------

Iran: kampeerland nummer 1

Kamperen bij de Ayatollah

In Iran kampeer je nooit alleen. Waar we ons kampje ook opslaan, we worden omringd door tientallen Iraniërs met hetzelfde idee. Nu de zomervakantie in Iran is aangebroken, is het land veranderd in één grote, gezellige familiecamping. Parken, parkeerplaatsen, rotondes, bergdorpjes, strandopgangen en zelfs het mausoleum van Ayatollah Ghomeini, ieder vrij stukje gras wordt benut als kampeerplek. De Iraniër heeft een standaard ontwikkeld voor het campingleven. Iedereen heeft hetzelfde koepeltentje (dat ook vaak dient om ongemerkt alcohol te drinken). Tussen de tentjes worden halve huiskamers ingericht, compleet met Perzische tapijten, comfortabele kussens, gasbranders, thee-installaties en natuurlijk waterpijpen. Picknicken is nationale volkssport nummer één; iedereen sleept potten, pannen en onwaarschijnlijk grote hoeveelheden eten mee naar de ‘camping’. En dat is wel nodig, want Iraniërs kamperen nooit, maar dan ook nooit, alleen maar met zijn tweetjes. De hele familie schuift aan, eet mee en blijft logeren. Ons levert het nogal eens een kebapje op, kopjes thee, heel wat bekijks en tientallen uitnodigingen om waterpijp te komen roken. En zo worden ook wij onderdeel van de grootste, gezelligste familie van Iran.

----------

Rouwen is plezier voor twee (-honderd)

Indrukwekkend afscheid van opa Siamak

Of we zin hadden in een klein feestje. Tuurlijk! Siamak, een enthousiaste 25-jarige student uit Kerman had ons de weg naar het hotel gewezen waar we konden kamperen. Als we wilden, waren we de volgende dag welkom op een familiefeestje. Wat is er te vieren, wilden wij weten. “Nou ja, het is niet echt een feest, het is een lunch, omdat mijn opa is overleden.” Opa Siamak was 83 toen hij stierf. Volgens Islamitisch gebruik werd hij binnen 24 uur begraven en het is traditie om na zeven dagen een rouwceremonie te houden, met een lunch en (zo begrepen we pas later) een bezoek aan het graf.

Als Siamak ons dezelfde avond ophaalt om de stad te laten zien, belt hij uitvoerig met zijn moeder, die ons heel graag wil ontmoeten. “Ze zijn snoep aan het maken voor morgen, hebben jullie zin om mee te gaan?” Bij het huis van zijn opa treffen we de hele familie. Sinds het overlijden zijn ze (ook weer volgens gebruik) iedere dag samengekomen om te rouwen. Aan de gevel van het huis hangen zwarte vlaggen. Steunbetuigingen van bevriende families. Binnen worden we overstelpt. Meer dan vijftig ooms, tantes, neven en nichten (met aanhang) begroeten ons uitbundig, willen met ons praten en ons volstoppen met snoep, thee en fruit. Niemand vindt het vreemd dat wij binnenvallen, zelfs de hoofddoeken van de nichtjes blijven af. We zijn meer dan welkom op deze besloten familiebijeenkomst.

Omdat we zo’n beetje begrepen hadden dat zwart (toch al een populaire kleur in Iran) de standaard is bij een rouwceremonie, proberen we ons de volgende dag een beetje stemmig te kleden. Zwarte hoofddoek, zwart overhemd (speciaal voor de gelegenheid aangeschaft). Sjef gaat zelfs nog even naar de barbier om zijn woeste baard te temmen. Hij kan niet meer stuk bij de Iraanse mamma’s. Voor mij hebben ze een speciale hoofddoek klaarliggen, geschikt om te rouwen. Eerst gaat het naar het restaurant voor de lunch. Daar zien we een paar bekende gezichten, maar ze verdwijnen in een zee van nog meer familie, vrienden en bekenden. De kleine familiebijeenkomst blijkt een lunch met meer dan tweehonderd man. We kijken met verbijstering hoe vrolijk deze rouwceremonie zich voltrekt en dat niemand het vreemd vindt dat er twee wildvreemde, westerse toeristen aanschuiven. De lunch is één grote familiereünie, met veel gelach en geklets. Na het eten gaan we met een kleinere delegatie van de familie (nog altijd een man of dertig) terug naar het huis van opa om thee te drinken. Daarna gaat het naar de begraafplaats. De vrouwen beginnen ons een beetje voor te bereiden. “Straks gaan we heel hard huilen en onszelf slaan en schreeuwen, maar maak je maar geen zorgen hoor. Dat hoort erbij.” Eén van de tantes doet een vrolijke imitatie. “Wahááá, zo gaat het”.Sjef gaat met Siamak in de auto naar de begraafplaats, ik mag met de vrouwen mee in de touringcar die voor de gelegenheid is gehuurd. “Maak je geen zorgen hé,” waarschuwen ze nog eens. De eerste kilometers is het gezellig in de bus. De vrouwen kletsen, een van de nichtjes zit te sms-en. Dan begint een tante te jammeren. En te huilen. Eerst zachtjes, maar al snel is het jammeren geschreeuw en klinkt er ook verder naar achteren in de bus gesnik en gehuil. Niet veel later zit de hele bus te jammeren en te grienen. Het is geen show, deze tranen zijn echt. De tissues gaan van voor naar achteren door de bus, het hulpje van de chauffeur gaat met bekertjes water rond. Eenmaal op de begraafplaats laaien de emoties nog hoger op. De vrouwen verzamelen zich rond het graf, waar ze nog harder huilen en jammeren. Ze slaan zich op het hoofd, terwijl ze Allah aanroepen. Ze houden elkaar vast, zoeken troost. Voor sommigen wordt het teveel, zij moeten worden ondersteund door de mannen, die al eerder op de begraafplaats arriveerden. Ondertussen leest een ingehuurde zanger teksten uit de Koran en doen de gasten (mannen en vrouwen gescheiden) zich tegoed aan het snoepgoed dat de vrouwen de avond ervoor hebben gemaakt.

Als de Koran-lezer na een half uur stilvalt, is de ceremonie voorbij. De gasten vertrekken en een kleine afvaardiging (weer zo’n tweehonderd mensen) gaat opnieuw naar het restaurant. Voor de gelegenheid mag ook Sjef (als enige man) in de vrouwenzaal, waar we met zo’n honderd vrouwen nog meer snoep en fruit eten. Daar is het weer een en al gezelligheid. De foto van opa staat op de trap. Hij was een ontzettend vriendelijke man, zegt één van de nichtjes “Heel goedaardig en lief”. Wij weten nu van wie Siamak en zijn hele familie het heeft.

PS: De volgende dag nemen Siamak en zijn neven en nichten ons mee uit in Kerman. We weten nu hoe een Iraanse achtbaan aanvoelt (ENG!) en dat het onmogelijk is om je hoofddoek op te houden als je meerdere malen over de kop gaat in de Ranger (NOG ENGER!).

----------

Holland, het land van flowers en voetbal

Na een snelle, (gelukkig) weinig spannende tocht door Pakistan zetten we weer voet op Iraanse bodem. Pakistan doorkruisten we in zes dagen tijd met deze keer nauwelijks politiebewaking. Er waren een paar klapbanden, ontzettend vriendelijke mensen, een zandstorm en weer trotseerden we die lange, lange weg door de woestijn tussen Quetta en de grens. Het kostte ons enige moeite om de Pakistaanse douanier ervan te overtuigen dat we echt naar Iran wilde. De man had besloten dat we geen haast hadden en bood ons eerst thee aan. Dat vonden we wel gezellig. Maar hij wilde ons niet kwijt. “Zo, nu blijven jullie eerst lekker lunchen, dan laat ik je het hele terrein zien en alle kantoren en dán kun je naar Iran.” Die gastvrijheid ging ons net even iets te ver en we wisten vriendelijk duidelijk te maken dat we toch echt verder moesten. Bij de Iraanse grenspost werd ons al snel duidelijk dat Holland in Iran inmiddels niet meer alleen bekend staat om de ‘beautiful flowers’, zoals we op de heenweg keer op keer hoorden. Iran houdt van voetbal. En niet zo’n beetje ook. We hoorden, met onze achterbanden nog in Pakistan, de uitslag van de eerste EK-wedstrijd van Nederland, wie er gescoord had en wie de beste spelers waren. Van de tweede wedstrijd, die we helaas ook misten (al waren er wel sms-jes bij ieder doelpunt), kregen we in Bam een uitgebreid verslag (in het Farsi) van de man van de winkel op de hoek. En toen we eindelijk voor de buis zaten in Yazd, mét Hollands gezelschap en Nederlandse vlag, zagen we Nederland jammerlijk verliezen van Rusland. Gelukkig leeft Iran met ons mee. “Holland, football, ghele ghoob!!!!!” Daar dachten wij die avond net even anders over.

----------

Sas & Sjef op tijgerjacht

Wilde verjaardag in de jungle

Een tijger in het wild zien, dat was één van de dingen die heel hoog op onze Grote Reis Wenslijst stond. In India zijn er een paar plaatsen waar dat kan en één van de beste plekken is Corbett Tiger Reserve. Daar leven niet alleen tijgers (in totaal zo’n 165), maar ook olifanten, apen, verschillende soorten herten en ander wild. Om mijn 33ste verjaardag in stijl te vieren, regelde Sjef een trip naar het natuurgebied aan de voet van de Himalaya’s. Met vier safari’s op verschillende tijdstippen zou de kans om olifanten én tijgers te zien best groot zijn, dachten wij. De eerste middag trokken we met een jeep het park in. Of we geïnteresseerd waren in vogels, vroeg onze gids. “Want die zijn echt ontzettend interessant.” We probeerden hem voorzichtig duidelijk te maken dat het ons om wat groter wild ging, maar hij haalde toch zijn vogelboekje van huis. Een tijger zien, vertelde hij, is een kwestie van geluk. “Het gebeurt niet zo heel vaak, ze houden zich goed schuil. Sommige mensen komen jaren achter elkaar, zonder ooit een tijger te zien.” Maar hij zou zijn best doen. Om ons vervolgens op de ene vogel na de andere te wijzen. Ook zagen we apen, herten, sporen van olifanten en tijgers, een boom waar een tijger zijn nagels had gezet en het karkas van een tijgerprooi (één van die vele herten). Maar geen olifant en geen tijger. De gids werd zelf ook een beetje wanhopig, toen wij bij het zeventiende hert ophielden met foto’s maken. “Ik wil wat méér voor jullie!”
Toen de zon al begon te zakken, en we het park bijna moesten verlaten, spotte hij iets in een rivierbedding. Meer apen, dachten wij. Maar de gids sprong op en neer van geluk. Hij had het goed gezien, het was een hele kudde wilde olifanten. Een stuk of twaalf in totaal, mannetjes en vrouwtjes met hun jongen. Ze liepen op hun dooie gemak door de rivierbedding, staken vlak voor onze auto de weg over terwijl wij ademloos toekeken en er gelukkig op tijd aan dachten om foto’s te maken. En fantastisch begin van ons safariweekend. Op naar de tijger.
De volgende ochtend (om half zes!!) stond er weer een jeep klaar, dit keer met een andere gids. “Zijn jullie geïnteresseerd in vogels?” Nee dus, we willen een TIJGER! We reden en reden en speurden en hoorden de noodroep van een hert. Er was dus een tijger in de buurt, wist onze gids. Weer zagen we sporen en krassen in een boom. Maar geen tijger. Wel veel vogels. En nog meer herten. Ik was al bang dat het mijn 33ste tijgerloze verjaardag op rij zou worden. Maar we hadden nog meer kansen. Die avond stond er een olifantensafari voor ons op het programma. Beetje suf, dachten wij. Je gaat op de rug van een olifant een stuk door het bos aan de overkant van de weg van ons hotel. Daar zullen we geen tijgers spotten, dachten wij nog. Maar toen we eenmaal in de jungle waren op de rug van Lardi, een 34-jarige olifant, hoorden we al snel de noodkreet van een hert. De olifantendrijver stuurde Lardi verder de jungle in, door dichte bosjes, richting het geluid. En toen zag Sjef een tijger. Of eigenlijk alleen de staart van een tijger. We gingen erop af (veilig op onze olifant) en toen zag ik hem, van top tot teen, over een heuvel rennen. Ik had een tijger gezien, op mijn verjaardag! Ik was tevreden, al was het een beetje sneu voor Sjef dat hij alleen die staart had gezien. We gingen verder door de bossen. En hoorden dit keer apen krijsen. “Tiger” fluisterde onze olifantenman. Hij ging op zoek en plotseling, in de bosjes pal naast de weg, op nog geen drie meter afstand, zagen we hem zitten. Een grote mannetjestijger, goed verstopt onder de takken. Hij bewoog zich niet, hield zich schuil. Tot onze olifant wat onrustig werd. Met haar slurf begon ze woest op de bosjes in te beuken. En dat vinden tijgers niet zo leuk, merkten wij al snel. Luid grommend dook hij de bosjes uit, op onze olifant af. Die deinsde terug, wij schrokken ons rot (ik slaakte zelfs een gilletje, zei Sjef). Het duurde maar een paar seconden, toen zocht de tijger al weer snel de beschutting van de dichte bebossing op. Maar we hadden hem gezien. En gehoord. En dat is pas echt bijzonder. Want bijna niemand hóórt ooit een tijger in het wild. En zo werd het mijn wildste verjaardag ooit.

PS: Iedereen ontzettend bedankt voor alle verjaardagsmailtjes en sms-jes. En vooral zus Linda bedankt voor de slingers en ballonnen en het kadootje, zo voelde ik me echt jarig!
PS: De enige foto die we hebben van de tijger is een plaatje van heel veel bosjes met en klein plukje tijgervel. Niet geschikt voor publicatie, helaas.

----------

De Grote Beproeving

Helse trip van Tiru naar Delhi

Wat waren we gelukkig. We reden weer. Met een uitzonderlijk staaltje monteurswerk wist het Drive4care-reddingsteam in Tiruvannamalai onze auto uit te rusten met een versnellingsbak van het Indiase merk Mahindra. Een nogal ingrijpende reddingsoperatie, waarvoor heel wat aanpassingen aan onze wagen nodig waren (we rijden nu bijvoorbeeld zonder handrem en kilometerteller, maar dat zijn details). Dolblij vertrokken we donderdag de 15e richting Delhi. Met meer dan tweeduizend kilometer te gaan een lange trip. Het werd één grote beproeving. De motor sputterde, de dynamo begaf het, de accu bleek niet goed. We reden drie lekke banden, het dakrek brak af en ook de ophanging van de motorkap moest worden gelast. De versnellingsbak bleef het doen, dat wel. Maar onze route ging van monteur naar monteur, via lassers en bandenplakkers. En tot overmaat van ramp braken we, midden op een drukke spoorwegovergang in Hyderabad, door onze achteras. Gelukkig schoten ons direct twee ontzettend vriendelijke mannen te hulp. Ze sleepten ons met hun eigen wagen naar een monteur, regelden een nieuwe as en een hotel voor ons en nodigden ons uit voor een maaltijd bij hun thuis (waar ze een twintig jaar oude whisky ontkurkten om de reparatie van de auto te vieren). Toen we de volgende dag weer konden rijden, gingen ze ons voor om er zeker van te zijn dat we niet zouden verdwalen. Maar daarmee waren onze problemen nog lang niet voorbij. De auto deed het (weer). Maar toen verdween de weg. Vijfhonderd kilometer lang ploeterden we ons over grind en zandpaden door kuilen en modderpoelen. Hier en daar verscheen een plukje asfalt, maar dat bestond dan ook voornamelijk uit scheuren en gaten. Toen Delhi na anderhalve week gevloek, getier en gezwoeg eindelijk in zicht kwam, slaakten we een zucht van verlichting. Tot we optrokken bij een stoplicht. We hoorden een droge klap, zoals we al eerder hadden gehoord. En weer waren we door een achteras gebroken (de andere kant deze keer). Gelukkig hadden we in Delhi toch een week nodig om visa te regelen voor Pakistan en Iran en ging er met de reparatie geen tijd verloren. En leerden we ook hier weer bijzonder vriendelijke mensen kennen (waaronder een perfect Nederlands sprekende Indiër). Maar we willen wel weer eens probleemloos rijden. Om ons Karma te keren, geven we weer geld aan zwervers, laten we meer fooi achter bij restaurants, voeren we zwerfhonden en helpen we oude vrouwtjes met oversteken. En als dat niet helpt… Dan hebben de monteurs tussen India en Breda waarschijnlijk een goede klant aan ons.

----------
Laatste berichten in het Weblog

24-08-2008

Thuis...

Biertjes, barbecue, familie, de nichtjes, pindakaas, bruin brood. Champagne, con...

02-08-2008

Het eind is in zicht!!!

We zijn er bijna…. Maar nog niet helemaal. Nog 1420 kilometer, zegt onze gps. ...

20-07-2008

Feesten in een vulkaan

Je verjaardag, die wil je een beetje feestelijk doorbrengen. Vooral als je op re...

Onze laatste foto's